Rene Diekstra
“Van mij had je ‘m nog veel meer op zijn donder mogen geven”. “Wat een man zeg, die kerel is gek. ”Dat soort christenen, ik word er niet goed van”. Zomaar drie voorbeelden uit de talrijke reacties die ik de afgelopen week per email, brief of telefoon kreeg naar aanleiding van mijn kritiek op Dorenbos, de man van ‘de plastic foetussen in onze brievenbussen-actie’. Dorenbos is christen, oud-voorzitter van de EO en huidig voorzitter van de stichting Schreeuw om Leven. Die stichting zet zich onder andere in om het recht op abortus en euthanasie ongedaan te maken. Ik heb Dorenbos vorige week donderdag voor de eerste keer ontmoet, toen wij beiden gast waren in een uitzending van het programma Pauw en Witteman.
Vanaf het begin van de uitzending lagen er op tafel kleine plastic poppetjes, in een soort van foetus-houding gegoten. Eerlijk gezegd begreep ik aanvankelijk niet waarvoor dat was. Ik had nog niet van de door Dorenbos en zijn mensen gestarte actie gehoord en ook van Dorenbos’achtergrond wist ik vrijwel niets. Totdat hij het woord kreeg en vertelde dat deze plastic foetussen in het land zouden worden verspreid, mogelijk zelfs in brievenbussen zouden worden gedaan, om mensen bewust te maken van het feit dat een 10 weken oude foetus in feite al een compleet mens is. Abortus van een 10 weken oude foetus betekent daarom feite – Dorenbos zei het niet met zoveel woorden maar het was duidelijk dat hij dat wel bedoelde – het opzettelijk doden van een mens en daarmee het schenden van fundamentele mensenrechten.
Op de keper beschouwd zeg je daarmee dat abortus, althans abortus provocatus of bedoelde abortus, moord is. Die gedachten schoten door me heen terwijl Dorenbos aan het woord was en, laat ik het maar toegeven, riepen bij mij innerlijk zowel verontwaardiging als afkeer van zijn actie op. Verontwaardiging omdat een plastic foetus voor Dorenbos en de zijne dan wel het symbool kan zijn van de verwerpelijkheid van abortus, maar voor tal van anderen kan het een heel andere symboolwerking hebben. Zoals de herinnering oproepen aan een miskraam, aan door familie of anderen afgedwongen abortus, of aan verkrachting die tot zwangerschap en het besluit tot afbreking daarvan heeft geleid.
In gedachten zag ik een jonge vrouw voor me die zich door anderen, om welke reden dan ook, had laten pressen tot abortus en die geheel onverwacht en ongevraagd een plastic foetus op haar deurmat vindt. Ik hoorde haar als het ware denken: “Weet je wel dat jij hebt je laten pressen tot moord op een kind, jouw kind”. Dat beeld was voor mij het moment om me met het gesprek te bemoeien en tegen Dorenbos te zeggen dat ik zijn actie om twee redenen afwijs. Ik wijs ze af, omdat ze ernstige trauma’s bij mensen omhoog kan halen, met alle emotionele gevolgen vandien. Dat komt in feite neer op leed toevoegen. Een bepaald onchristelijke houding.
Ik wijs de actie ook af omdat ze niet effectief is voor wat betreft het terugdringen van abortus. We weten uit tal van psychologische onderzoeken dat angst of afkeer aanjagen zonder tegelijkertijd richtingen te wijzen of oplossingen aan te bieden niet effectief is als methode tot gedragsverandering. Daarom zei ik, min of meer uitdagend, ‘stop met die plastic foetus dan ook een handvol condooms door de brievenbus’. Waarop Dorenbos als door een wesp gestoken reageerde.
Voor alle duidelijkheid, ik respekteer de opvattingen van Dorenbos over abortus. Maar ik heb geen respekt voor zijn handelwijze. Leed toevoegen zonder een respektabel doel, in dit geval minder abortussen, dichterbij te brengen, is verwerpelijk. Het maakt deze wereld niet beter, hoogstens pijnlijker.
{ 0 comments… add one now }